Begroting

In de begroting zijn diverse ontwikkelingen verwerkt die zich na vaststelling van de Kadernota 2018 hebben voorgedaan. Tot en met de Begroting 2017 kregen veel van deze ontwikkelingen een plaats in de eerste bestuurlijke wijziging van het betreffende jaar, die tegelijkertijd met de begroting werd aangeboden. Om de overzichtelijkheid te vergroten zijn alle wijzigingen nu als mutatie opgenomen in de begroting. Onderstaande wijzigingen zijn dan ook verwerkt in alle financiële overzichten. Ten opzichte van de Kadernota 2018 zijn de volgende mutaties verwerkt.

Bedragen × € 1.000

2018

2019

2020

2021

Eindsaldo Kadernota 2018

€ 153

€ 319-

€ 1.911

€ 1.455

A

Technische ramingsbijstellingen

€ 245

€ 28-

€ 244-

€ 321-

B

Meicirculaire 2017

€ 2.746

€ 3.531

€ 4.287

€ 3.370

C

Septembercirculaire 2017

€ 480

€ 197

€ 547-

€ 174-

D

Cao gemeenten 2017-2019

€ 1.212-

€ 1.424-

€ 1.424-

€ 1.424-

E

Dienst Gezondheid en Jeugd

€ 1.500-

p.m.

p.m.

p.m.

F

Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden

€ 929-

€ 929-

€ 866-

€ 570-

G

Vastgoed

€ 1.250

€ 443-

€ 1.103-

€ 1.082-

Begroting 2018

€ 1.233

€ 585

€ 2.014

€ 1.254

A) Technische ramingsbijstellingen
Er zijn diverse technische ramingsbijstellingen doorgevoerd. Deze bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Kapitaallasten: de laatste inzichten met betrekking tot de investeringen zijn verwerkt. Dit leidt tot gewijzigde kapitaallasten (lagere lasten eerste jaarschijven, hogere lasten latere jaarschijven).
  • Afwijkingen verwerking besluiten Kadernota 2018: bij de Kadernota 2018 is een inschatting gemaakt van de effecten van indexaties. Bij de daadwerkelijk verwerking treden verschillen op, onder andere door tussentijdse begrotingswijzigingen en een dubbele indexatie van de lasten bij 'afval'.
  • Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD): door de overdracht van de afdeling vastgoedbeheer & onderhoud naar het Servicecentrum Drechtsteden (SCD) nemen de mogelijkheden voor het IBD om winst te realiseren af, de begroting is hierop aangepast.
  • Overhead: een gedeelte van de SCD-kosten wordt verrekend met de regiogemeenten. Intern wordt geen overhead meer toegerekend aan projecten. Hiermee worden administratieve lasten aanzienlijk teruggedrongen.
  • Diverse kleine wijzigingen.

B/C) Meicirculaire & Septembercirculaire 2017
Het structurele effect van de Meicirculaire 2017 is doorgerekend. Met behulp van deze mutatie wordt het effect verwerkt in de Begroting 2018. Ditzelfde is gebeurt voor de Septembercirculaire 2017.

D) CAO gemeenten 2017-2019
In de zomerperiode is de CAO gemeenten afgesloten. De effecten hiervan zijn doorgerekend. Met behulp van deze mutatie wordt het effect verwerkt in de Begroting 2018.

E) Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J)
In de Kadernota 2018 is ingegaan op diverse onderdelen van het sociaal domein. Het ging hierbij in het bijzonder om de onderwerpen kosten bijstandsuitkeringen Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en de decentralisaties. Hierbij is herbevestigd dat het uitgangspunt dat de "nieuwe" decentralisatietaken, in totaliteit worden uitgevoerd voor de rijksmiddelen die we daarvoor ontvangen van kracht blijft. Voor de jaarschijf 2018 wijken we met betrekking tot de Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) af van dit standpunt. De rijksmiddelen jeugd uit de Meicirculaire 2017 zijn - volgens de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) - niet toereikend voor het verlenen van jeugdhulp in 2018. Het verwachte tekort is € 7,3 miljoen voor de regio Zuid-Holland Zuid (waarvan het Dordtse aandeel € 2,2 miljoen is). De rijksmiddelen nemen te snel af om gelijke tred te houden met de benodigde lokale en regionale transformatie van de uitvoering. De transformatie beoogt het vervangen van zware door lichtere, minder dure jeugdhulp. De besparing van de transformatie is echter nu nog onduidelijk en heeft meer tijd nodig. Daarnaast neemt het aantal jonge cliënten toe. Het Algemeen Bestuur van de GR DG&J heeft derhalve aan de Service Organisatie Jeugd (SOJ) gevraagd om een meerjarenbegroting 2018-2021 op te stellen. Deze meerjarenbegroting moet inzicht bieden in de benodigde financiën en bijsturingsmaatregelen om weer - zoveel mogelijk - terug te keren naar de financiële Rijkskaders. Zekerheidshalve hebben we een stelpost van € 1,5 miljoen voor extra gemeentelijke middelen voor jeugdhulp opgenomen in onze begroting. Onze begroting is hiermee realistischer. In het risicoprofiel houden we verder rekening met de onzekerheden in 2018 (van € 0,7 miljoen), 2019 en 2020. Voorgaande laat onverlet, dat we onverminderd inzetten op extra financiering vanuit het Rijk en (meer) budgetsturing.

F) Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (GRD)
In de aanloop naar de besluitvorming in de Drechtraad over de Begroting 2018 en de Perspectiefnota 2018 van de GRD is op diverse manieren (ambtelijk, bestuurlijk, via zienswijzen) kenbaar gemaakt dat Dordrecht de nullijn wenselijk vindt. De Perspectiefnota 2018 is door de Drechtraad ongewijzigd vastgesteld. De Begroting 2018 is op dit besluit aangepast. Enkel aanvullende besluitvorming in de Drechtraad bij de Aangepaste Begroting 2018 zou de nullijn terug kunnen brengen.

G) Vastgoed
De begroting van het vastgoed laat een oplopend tekort zien tot 2021, waarna het saldo zich stabiliseert. De omvang van het jaarlijkse tekort bedraagt circa € 1,0 miljoen In dit tekort is ook de taakstelling/afdracht van € 1,0 miljoen vanuit vastgoed aan de stad opgenomen. Het oplopende tekort tot 2021 vindt zijn oorsprong in het verwerken van de financiële uitgangspunten die zijn vastgelegd in de van de Vastgoednota (mei 2016). Dit tekort is in de vorige begroting opgelost door het opnemen van een taakstelling van € 0,3 miljoen in 2017 tot € 1,0 miljoen in 2021. Zoals in de Vastgoednota is opgenomen zou het Vastgoedbedrijf een nadere financiële uitwerking opstellen. Hierbij zijn een aantal wijzigingen ten opzichte van de eerdere begroting doorgevoerd, waaronder vervallen exploitatielasten van dispositiepanden en wijzigingen in diverse pandexploitaties. Deze uitwerking is als voorstel opgenomen in de Begroting 2018-2021.

Doordat de verkoopopbrengsten uit verkoop van panden opdroogt (na 2018), de kosten voor onderhoud stijgen en hogere kosten door verscherpte wet en regelgeving voor onderhoud, is het niet langer reëel te verwachten dat aan deze afdracht voldaan kan worden.